Geplaatst door: 
Verhaal

Paultje's Herinneringen (5)

BETSIE

 

Tegenover ons huis stond in mijn jeugdjaren het afgrijselijke gebouw van de ABTB, de Boerenbond. Opslag van allerlei meel, granen en koren zorgde ervoor dat er hier altijd een feestmaal te vinden was voor allerlei ongedierte. Ons huis werd daarbij door de diertjes als een prachtig filiaal beschouwd. In onze keukenkastjes stonden dan ook diverse vallen opgesteld en als het stil was in huis hoorde je regelmatig de klep dichtslaan. Als mijn vader het kastje opende was het spannend wat er deze keer in de val was gelokt. Weer een aanvaller op ons kostbare voedsel minder. Door de slechte staat van onderhoud en de vele gaten in de buitenmuren was het echter dweilen met de kraan open en de diertjes renden ongestoord in en uit.

De ABTB zorgde, door het vele stof van de meelproducten dat vrijkwam, voor veel overlast voor de omwonenden, maar ook de aanblik van de dorpskern werd er door het foeilelijke gebouw niet beter van. Gelukkig werd het in de jaren zeventig afgebroken en vervangen door het parkeerterrein De Langenkamp. Langs de hoge blinde muur van de ABTB liep aan de oostkant parallel de Driehoekstraat, een ongeveer 100 meter lang verbindingsstraatje voor fietsers en voetgangers tussen de dorpskern en het gebied De Esch in Losser-Zuid richting textielfabriek Van Heek. Door de Lossernaren steevast 'De Nes' genoemd. Vanaf de dorpskern gezien begon de Driehoekstraat bij de smederij van Popp'n-Gerard (Gerard Nijmeijer), op de huidige locatie van drogisterij Etos aan de Langenkamp, en liep verder langs de panden van Willem Koller, die over magnetische gaven zei te beschikken, het gemeentelijk huisvestingsbureau waar de heer Hilberink de scepter zwaaide en ons huis: Driehoekstraat nummer 7. Iets verderop stonden aan de linkerkant, op de plaats van de huidige ABN/AMRO Bank aan de Langenkamp, het witte woonhuis van kleermaker Niek van de Maarel en ook de Huishoudschool.

De Driehoekstraat werd veel gebruikt en, omdat Losser toen nog heel klein was, over het algemeen door dezelfde mensen. Maar ook door de meisjes van de Huishoudschool, die er hun lessen volgden. Als ik als zesjarige buiten bij ons huis aan het spelen was in mijn korte manchester broekje, kwamen de Losserse meisjes op hun fiets voorbij. Eentje daarvan altijd in haar 'uppie' en trok daarmee mijn aandacht. Gekleed in kleurige blouse en wijde rok op een voor haar veel te grote 'oma-fiets' en met een dikke schooltas achterop. Kort blond haar en met een glimlach, die diepe indruk op mij maakte. Wat een aardig meisje. Wel minstens een keer zo oud toen, maar ik was als zesjarig knaapje verliefd. Ik wilde met haar trouwen, dat stond vast. Ik zorgde ervoor, dat ik buiten was als de Huishoudschool begon. En als zij bij Popp'n-Gerard de Driehoekstraat in kwam fietsen stond ik, dat helblonde kleine jochie in zijn manchester broekje, met de bal onder de arm naar haar te kijken. Als zij mij passeerde en glimlachte was mijn hele dag weer goed. In de vakantieperiodes miste ik haar lach, haar genegenheid. Hoe weet ik niet meer, maar op de een of andere manier kwam ik later te weten hoe zij heette: Betsie Kuperus. Zij woonde aan de Vicarystraat of ergens daar in de buurt. Betsie zal nu nog steeds niet weten hoeveel indruk zij op Paultje, dat kleine blonde ventje in zijn manchester broekje heeft gemaakt. Ik heb haar nooit weer teruggezien en van trouwen met haar is dus nooit wat gekomen.

Paul Bulters

 

Reacties