Geplaatst door: 
Verhaal

Henk Brinkgreve; Chef Staf van BS in Overijssel

Auteur: 
HKL George van Slageren in Oet Dorp en Marke 2013-1

Reservemajoor Henk Brinkgreve (06.06.1915–05.03.1945) bekleedde als chef-staf van de Gewestelijk Commandant der Binnenlandse Strijdkrachten in Overijssel en de Noordoostpolder een positie van grote betekenis binnen het verzet in Oost-Nederland. Voor zijn moedig, tactvol en standvastig optreden werd hem in 1946 postuum de Militaire Willemsorde verleend.

Enkele weken voor de bevrijding verloor hij aan de huidige Deppenbroekweg 8 in Losser het leven bij een overval op zijn tijdelijk hoofdkwartier. Ter nagedachtenis is op die plaats op 5 maart 2013 een klein monument opgericht.

Hij hield de fakkel brandende

Algemeen

Henk Brinkgreve werd op 6 juni 1915 geboren in Utrecht. Na zijn gymnasiumopleiding ging hij in 1933 in dienst bij de Artillerie en volgde de SROBA (School Reserve Officieren Bereden Artillerie) te Ede. Na afloop begon hij met zijn rechtenstudie in Leiden.

Dit portret van Henk Brinkgreve is een foto van een schilderij, dat in 1945 postuum is gemaakt door de kunstschilder Willem Brinkgreve, een jongere broer van Henk.Door de mobilisatie kwam hij weer onder de wapenen. Zijn regiment lag in 1940 in de PeelRaamstelling. Na de verloren strijd lukte het hem om zich via ZeeuwsVlaanderen bij terugtrekkende Belgische troepen aan te sluiten en via Cherbourg naar Engeland te ontsnappen. Daar werd Brinkgreve inlichtingenofficier bij het Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer. Dit tamelijk passieve bestaan veranderde toen hij werd ingedeeld bij de No. 62 Commando, een geheime geallieerde internationale commando-eenheid, waarmee hij in 1942 een overval op de Britse Kanaaleilanden uitvoerde.

Jedburghteams

In 1944 werd in Engeland het BBO (Bureau Bijzondere Opdrachten) opgericht. Dit bureau moest de Nederlandse tegenhanger van SOE (Special Operations Executive) worden. Een rol die eerder vervuld werd door onder andere de Militaire Inlichtingen Dienst, die niet aan de verwachtingen had voldaan. De algemene taak van het BBO was de bundeling van het verzet in Nederland tot een ‘Secret Army’. Sommige agenten van het BBO kregen een speciale opleiding die ‘Jedburgh’ werd genoemd. Aan Jedburghkandidaten werden zeer hoge (militaire) eisen gesteld. Deze opleiding vond voornamelijk plaats in het Engelse Peterborough en in de Schotse Hooglanden. In de kathedraal in Peterborough hangt een grote plaquette, de ‘Jedburgh Memorial’, met daarop de namen van alle omgekomen Jedburghs. Ook de naam van Henk Brinkgreve is hierop vermeld.

Het Jedburgh Memorial in de kathedraal van Peterborough (foto Clive Basset - Harrington Covent Museum)Het doel van deze Jedburghteams was het organiseren van de lokale verzetsgroepen en deze op te leiden tot een geheim leger. De Jedburghofficieren waren de verbindende schakel tussen het geallieerde leger en de samenwerkende lokale verzetsgroepen.

Jedburghteam Dudley

Henk Brinkgreve was, na het voltooien van zijn Jedburgh-opleiding, bevorderd tot majoor en werd aangesteld als leider van het team dat de codenaam Dudley kreeg. Het team bestond verder uit de Amerikaanse majoor John Olmsted en de Ierse sergeant John Austin. De missie is beschreven in het boek van E. de Roever ‘Zij sprongen bij maanlicht’ (1986) over het BBO en haar agenten. Daarnaast is aan team Dudley een hoofdstuk gewijd in het boek van Th. Peelen en A.L.J. van Vliet ‘Zwevend naar de dood’ (1976) over operatie Market Garden. Bij deze operatie (de slag om Arnhem) werden de andere (drie) Nederlandse Jedburgh-officieren ingezet.

Hierna leest u een samenvatting van de activiteiten van (team) Dudley, die voornamelijk is gebaseerd op de genoemde boeken, en is ontleend aan de website van Erik Naberhuis die bezig is om alle Ridders Militaire Willemsorde te beschrijven. (www.naberhuis.nl/mwo/mwo.htm). Ook heb ik gebruik gemaakt van informatie uit ‘De Illegalen’ van dr. Coen Hilbrink (1986).

Team Dudley werd in de nacht van 11 op 12 september 1944 in de buurt van Wierden gedropt, in de verwachting dat Nederland binnen enkele weken zou worden bevrijd. Zo moesten ze, naast de hierna genoemde activiteiten, ook bruggen proberen te behouden (zodat de geallieerde opmars vanuit Arnhem vlot kon verlopen).

De officieren bleven bij elkaar, de verbindingsman Austin en zijn radioset kregen onderdak op een andere plek. Majoor Brinkgreve had een belangrijke rol in het verbinden van de lokale verzetsgroepen: Knokploegen (KP), Ordedienst (OD) en Raad van verzet (RVV) tot één geheel: de Binnenlandse Strijdkrachten(BS). Binnen relatief korte tijd slaagde hij hierin, een niet geringe prestatie gezien de tegenstellingen die tussen de groepen leefden. De nieuw geformeerde BS kwam formeel onder leiding te staan van de voormalige OD commandant kolonel Hotz. Majoor Brinkgreve bekleedde de positie van Chef Staf naast Hotz. In een rapport uit 1956 van de voormalig commandant van de RVV in Overijssel wordt Brinkgreve zelfs de praktische aanvoerder van het verzet in Overijssel genoemd. Na het bereiken van het zeer belangrijke eerste doel (het vormen van een ‘Secret Army’) ging het team verder met het vormen en trainen van actieve verzetsgroepen gericht op sabotage en het verzamelen van militaire inlichtingen. Dit laatste met veel succes. Zo kregen ze bijvoorbeeld het volledige (Duitse) verdedigingsplan van Zwolle te pakken, evenals dat van de IJssellinie en de versterkingen bij Deventer.

Toen in november 1944 bleek dat de geallieerde opmars in Nederland stagneerde (het vestigen van een bruggenhoofd over de Rijn duurde langer dan verwacht), werd besloten om majoor Olmsted naar Engeland te sturen om daar persoonlijk verslag uit te brengen van de situatie in Overijssel. Kort nadat Olmsted was vertrokken, werd sergeant Austin door de Duitsers gearresteerd. Hij was ondergedoken in Luttenberg. De SD (Sicherheits Dienst) ontdekte in die plaats een wapenopslag van de RVV. De koerierster van Brinkgreve, hoorde van de overval en wilde Austin waarschuwen. Dit lukte, maar ze kon zijn arrestatie niet voorkomen. Brinkgreve probeerde nog - tevergeefs - Austin uit de gevangenis in Zwolle te bevrijden. Sergeant John Austin werd op 4 april 1945 gefusilleerd. Omdat de verbinding met Londen nu verbroken was, probeerde Brinkgreve via een andere groep berichten te versturen, wat niet lukte. Half januari 1945 kwam er een nieuwe operator uit Engeland: Sjoerd Sjoerdsma. Op 6 maart 1945 verzond Sjoerdsma een bericht naar Londen over een dramatische gebeurtenis in Losser, waarbij Henk Brinkgreve om het leven was gekomen.

Het drama op de boerderij van Rikhof

Henk Brinkgreve moest om veiligheidsredenen regelmatig van locatie veranderen. Op 5 maart 1945 bevond hij zich op een boerderij in Losser. De boerderij werd op die dag om onbekende redenen bezocht door twee SSers. Brinkgreve wist de aandacht af te leiden, waardoor zijn metgezellen konden ontsnappen. Hijzelf werd doodgeschoten.

Johan Meijerink was als 12-jarige jongen ooggetuige van de gebeurtenissen op de boerderij Rikhof (toen M 355, nu Deppenbroekweg 8), waarbij Henk Brinkgreve om het leven kwam. De familie Meijerink woonde destijds op de boerderij naast Rikhof. De heer Meijerink heeft (recent) een situatietekening gemaakt waarop de gebeurtenissen schematisch zijn weergegeven.

Ik volg in mijn weergave, van wat hij mij op 11 januari 2013 verteld heeft, de schematische opzet van de tekening. Overigens kan de heer Meijerink niet alles wat hij verteld heeft ook werkelijk gezien hebben. Soms kan het niet anders of hij heeft dat van ‘horen zeggen’. Wel uit de allereerste hand! Het valt op dat het verslag wat feiten betreft soms afwijkt van andere verklaringen1 . Die verklaringen lopen onderling overigens ook weer erg uiteen. Hoe langer de oorlog achter ons ligt, hoe minder er met stelligheid over de toedracht van gebeurtenissen nog te zeggen valt. En bovendien heeft iedereen die er wat over zegt of schrijft, zijn eigen invalshoek en waarneming.

“Ik stond met mijn vader buiten. Twee SS-ers kwamen het pad af naar onze boerderij. Daar stonden de fietsen van twee dames die om voedsel kwamen vragen. De SS’ers hebben in de fietstassen gekeken en de fietsen moesten in de schuur gezet worden. De SS’ers vroegen naar Rikhof. Mijn vader wilde ze verwijzen naar Rikhof in Overdinkel, maar die moesten ze niet hebben. Dus wees hij naar de boerderij van de buurman, die iedereen eigenlijk alleen maar kende als ‘Tuut Jan’. De SS-ers waren volgens mij niet op illegalen uit en ook niet op eten. Wat ze wel kwamen doen? Misschien dachten ze wel dat er clandestien geslacht werd bij Rikhof.

In de boerderij van Rikhof was Brinkgreve met twee helpsters bezig met ‘illegale’ zaken. (Maar dat was bij ons natuurlijk niet bekend, wel zagen we er wel eens mannen in blauwe overalls). Er stond niemand op de uitkijk dus konden de SS-ers onopgemerkt bij de boerderij komen. Binnengekomen is kennelijk paniek ontstaan. Brinkgreve en ook de dames probeerden weg te komen. Brinkgreve is achter de boerderij in gevecht geraakt met de SS-ers, maar kon tegen de twee mannen niet op.

Toen de ene SS-er achter Tuut Jan aan ging zag Brinkgreve kennelijk mogelijkheden om zijn tegenstander te overmeesteren. Hij ging (ongewapend) in gevecht met de achtergebleven SS-er, maar het lukte hem niet om zijn tegenstander uit te schakelen. Omdat de ene SS-er in de gaten had gekregen dat hij Tuut Jan niet te pakken kon krijgen kwam hij terug op het hulpgeroep van zijn collega en schoot Brinkgreve van dichtbij neer.

Mijn vader werd van huis gehaald en kreeg de opdracht om Brinkgreve te bewaken, maar dat was eigenlijk al niet meer nodig omdat hij zeer zwaar gewond en misschien al wel overleden was. Ik heb alleen uit de verte het lichaam van Brinkgreve zien liggen.

Deze foto van de achterkant van de boerderij van Rikhof dateert van omstreeks 1985 (toen woonde de familie Nagel op de boerderij). De man op de tekening is vader G. Meijerink. De vrouw is Hanna, de vrouw van Jan Rikhof die door de SS-ers met het gezicht naar de muur was gezet.

Ik weet niet wie voor de begrafenis gezorgd heeft en hoe en wanneer het stoffelijk overschot is weggehaald. Wel weet ik dat de ‘pastorie’ gewaarschuwd is, maar dat kapelaan Kwakman (die ook bij illegale praktijken betrokken was) niet is gekomen omdat dat te gevaarlijk zou zijn geweest. Kapelaan Kwakman fungeerde als pastoor omdat de echte pastoor (Schaafs) door de Duitsers was gearresteerd.

De dames die bij Brinkgreve waren (op de situatieschets zijn ze met een P aangeduid) zijn op de fiets ontkomen, elk in een andere richting. De boerderij van Rikhof bleef nog 10 dagen bewaakt door Duitse soldaten.

Mijn moeder (Marie Meijerink-Sombekke) is ’s avonds naar Rikhof (de boerderij) gegaan om dochter Rieka, die ziekelijk was eten te brengen. Moeder heeft toen blikjes Nescafé (afkomstig uit Engeland!!) ‘veilig gesteld’ (meegenomen naar huis). De blikjes hadden open en bloot in de keuken gelegen maar waren door de SS-ers niet opgemerkt en daarna bij Rieka in bed ‘weggemoffeld’ voordat de Duitse bewaking was gearriveerd”.

De moordenaar van Henk Brinkgreve

In het proces-verbaal van een verhoor op 27-07-1946 van H.E.R. Sasse, van oktober 1944 tot 1 april 1945 Sturmscharführer bij de S.D. te Enschede, verklaart deze:

“In de tijd dat wij de zaak Borne behandelden (deze zaak had betrekking op een illegale groep waar ook dokter Van Blanken, later huisarts te Losser, bij betrokken was; GvS ), ik meen dat het begin Maart was, werd door de marechaussee uit Losser gemeld, dat op een boerderij te Losser iemand was doodgeschoten. Ik heb mij met Blattgerste (een collega; GvS3 ) naar Losser begeven. Wij troffen daar 2 SS mannen, die ons vertelden dat zij in een gevecht een voor hen onbekende man, die hen aangevallen had, hadden doodgeschoten. Door Blattgerste en mij werd op de boerderij een nader onderzoek ingesteld. Wij vonden het lijk met naar ik meen een schotwond in het hoofd. Op de boerderij waren verder geen mannen meer, zij waren allen gevlucht. Ook een koffer met verschillend materiaal werd door ons aangetroffen waarin o.a. een brief aan “Jan Willem” in verband met de zaak Borne. Slechts een dochter van den boer is een dag door ons meegenomen naar Enschede voor verhoor, echter den volgende dag weer vrijgelaten. Verdere arrestaties werden door ons in deze zaak niet verricht.”

In een aanhangsel bij dit proces-verbaal merkt de verbalisant (H.J. van Dijk, rechercheur bij de Politieke Recherche Afdeling (P.R.A.) nog op “dat blijkens P.B. (bedoeld zal zijn: P.V; GvS) No. 547/1946 d.d. 15 April 1946 opgemaakt door Wolter Lok, rechercheur der P.R.A. te Losser, op 5 Maart 1945, zekere Majoor Brinkgreve, op een boerderij te Losser, door zekere L.J. Dissevelt werd doodgeschoten, als gevolg waarvan ook de S.D. ambtenaar Sasse voor onderzoek in deze zaak werd gemengd.”

Deze Leendert Dissevelt was adjudant geweest van NSB-leider Anton Mussert en tijdens de oorlog toegetreden tot de Germaanse SS. Dissevelt werd op 12 mei 1949 door het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem bij verstek veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf. Dissevelt had zich aan berechting onttrokken door (na 1946) naar Duitsland te vluchten, waar hij in 1956 de Duitse nationaliteit kreeg .

De (her)begrafenis van Henk Brinkgreve Henk Brinkgreve werd op 9 maart 1945 begraven op de Algemene Begraafplaats aan de huidige Bookholtlaan in Losser. In het grafregister werd aangetekend ‘Overleden op 5 maart 1945: Onbekend manspersoon, oud ongeveer 23 jaar. (Doodgeschoten bij Rikhof in de Zoeker door SS man)’. Met potlood is er later bijgeschreven: ‘opgegraven en herbegraven in Enschede’.

In Het Vrije Volk van 13 juni 1945 staat een verslag van de herbegrafenis.

“Op 5 Maart j.l. viel tijdens een overval door S.S. troepen de 29 jarige H.J. Brinkgreve, Majoor van het Nederlandse Leger en Chef Staf in Overijssel en de Noord-Oostpolder. Op verzoek van de ouders werd het stoffelijk overschot van Losser overgebracht naar Enschede, alwaar het Dinsdag onder grote belangstelling van burgerlijke en militaire autoriteiten werd ter aarde besteld. Drie compagnieën en een vuurpeloton bewezen den overledene de laatste eer. Ten stadhuize hechtte de burgemeester een krans aan de kist. Op de begraafplaats werd het stoffelijk overschot onder de tonen van het Wilhelmus ten grave gedragen. Kolonel Hotz herdacht met enige gevoelvolle woorden den overledene, die zijn leven voor het Vaderland had gegeven. Ook Kapelaan van den Brink herdacht den overledene en vroeg Gods steun voor de zwaar beproefde ouders.

De heer Brinkgreve Sr. dankte namens de familie voor de belangstelling.”

De plechtige bijzetting op de Oosterbegraafplaats aan de NoordEsmarkerrondweg in Enschede was op verzoek van de ouders van Henk Brinkgreve geregeld door het Gewestelijk Commando van de BS.

Opmerkelijk aan de tekst in de krant (en ook van de rouwkaart die werd verstuurd) is het vermelden van de voorletters ‘H.J.’. Brinkgreve had echt maar één voornaam: ‘Hendrik’ (roepnaam ‘Henk’).

Uit de toespraak van kolonel Hotz citeer ik de volgende memorabele woorden: “Henk Brinkgreve was een zeer bijzonder mens van groot formaat. Met hem is een hoogstaand, begaafd en karaktervol mens heengegaan. Bescheiden en beschouwend van aard, volbracht hij de zeer zware taak, die hij zichzelf gesteld had, op schitterende wijze. Zijn organisatietalent, beleid, tact, initiatieven, aanpassingsvermogen, geduld en innemend karakter stelden hem in staat de spil te zijn van het actieve verzet en op voorbeeldige wijze zijn wapenmakkers der B.S. voor te gaan en te bezielen tot uiterste krachtsinspanning”.

Op het graf in Enschede werd een monument geplaatst dat was vervaardigd door Geurt Brinkgreve, een broer van Henk. Het monument bestond uit een natuurstenen sokkel met daarop een bronzen beeld van een fakkeldrager. Het beeld is in 2010 gestolen. De familie Brinkgreve laat een nieuw monument maken en de overgebleven sokkel heeft op 5 maart 2013 een plek gekregen bij de boerderij waar Henk Brinkgreve op 5 maart 1945 het leven verloor.

Ridder Militaire Willemsorde Bij Koninklijk Besluit van 18 april 1946 werd Henk Brinkgreve postuum benoemd tot ridder Militaire Willemsorde 4e klasse.

Het ereteken van de Militaire WillemsordeDe toekenning van deze hoogste Nederlandse militaire onderscheiding werd als volgt gemotiveerd:

‘Bij de uitvoering van zeer belangrijke opdrachten, waarvoor hij in den nacht van 11 op 12 September 1944 per parachute boven bezet Nederlandsch Gebied werd neergelaten, zich bijzonder onderscheiden door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw. Daarbij herhaaldelijk blijk gegeven van bijzondere organisatorische talenten, van onverschrokkenheid en van groot doorzettingsvermogen bij het leiden van de verzetsbeweging in Overijssel.

Tenslotte op 5 maart 1945 te Losser in Overijssel, bij een vijandelijken overval op zijn hoofdkwartier, na moedig aangebonden strijd, het leven gelaten!

De dagorder waarin de onderscheiding bekend werd gemaakt, werd ook in het toenmalige Nederlands-Indiё voorgelezen, waar broer Willem op dat moment als artillerieofficier diende. (Willem Brinkgreve schilderde in 1945 het portret op basis van de enige bekende foto van Henk Brinkgreve in uniform als majoor). Henk Brinkgreve werd ook onderscheiden met het Oorlogs Herinneringskruis met gesp en met de Kings Commendation for Brave Conduct.

Georg van Slageren

(Mijn oprechte dank gaat uit naar de heer Johan Meijerink voor de informatie over en de situatieschets van de gebeurtenissen op 5 maart 1945. Ook dank ik mevrouw Annette Niessen-Brinkgreve uit Deventer en drs. Jelle Hooiveld uit Tubbergen voor de van hen ontvangen informatie en het kritisch ‘meelezen’).

Overname (geheel of gedeeltelijk) en publicatie van dit artikel en foto's is alleen toegestaan met toestemming van de redactie HKL en bronvermelding.

Reacties