Geplaatst door: 
Verhaal

Dansen in de jaren dertig - Thea Evers

Dansen in de jaren dertig

“Geachte Ambtgenoot, Ik meen te weten, dat bij u een bepaalde regeling geldt voor het verleenen van dansvergunningen in Uwe gemeente. Daar ook hier verschillende caféhouders doorloopend om de acht of veertien dagen balvergunningen aanvragen, zou ik gaarne van Uwe reegeling kennis willen nemen”, aldus getekend door de burgemeester van Tubbergen op 20 februari 1939. De Geachte Ambtgenoot aan wie dit verzoek was gericht is burgemeester Van Helvoort van Losser.

Dansen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Als je de films ziet die spelen in de “roaring twenties” en ook de dansfilms uit het decennium daarna, dan krijg je de indruk dat de mensen in die tijd geen andere vrijetijdsbesteding hadden. Toen ik mijn ouders eens vroeg “waar hebben jullie elkaar eigenlijk leren kennen” kreeg ik als antwoord “bij het dansen”. Maar dat antwoord klonk ietwat besmuikt. Als tiener zat je in de vijftiger jaren al klassikaal op dansles dus zei ik dan ook “dat is toch normaal”. Maar ze zeiden alleen maar “dat mocht toen niet altijd hoor”.

Dansen was in alle eeuwen  een geliefde bezigheid van mensen, maar werd ook als aanstootgevend gezien. Zedenmeesters van alle tijden traden er dan ook tegen op. De sensuele spanning van een dans, allerlei bewegingen, vooral in de “draaidansen”, waarbij damesbenen zichtbaar werden, dat alles kon niet door de beugel.

Maar de wals won het van de zedenmeesters. Van het Weense Congres , dat na de val van Napoleon werd gehouden om over de toekomst van Europa te beslissen, werd gezegd “Der Kongress tanzt”. De vorsten en hoogwaardigheidsbekleders brachten meer tijd door in de balzaal dan aan de conferentietafel.

Ook in de Twintigste eeuw bleef dansen omweven met onstuimigheid en losbandigheid en dat werd met bezorgdheid gadegeslagen.

En dan al die nieuwe dansen waarbij heupcontact kon ontstaan, dat was toch uit den boze. De tango was lange tijd verboden. Zoveel onwelvoeglijkheid, dat had ingezonden brieven tot gevolg, met zoals altijd een averechts effect. Een dans die zoveel stof deed opwaaien, dat wilde iedereen zien en erger nog, ook zelf beoefenen. Clandestiene danszalen waren het gevolg.

Maar dansen was natuurlijk niet uit te bannen, daarvoor was het veel te populair. Veel caféhouders stelden dan ook hun lokaliteit beschikbaar voor het houden van dansles en organiseerden ook openbare bals. Daar moest uiteraard een vergunning voor aangevraagd worden. En dat alles was aan strenge regels gebonden. Personen beneden de achttien jaar mochten zich niet inschrijven voor een dansles en de groep mocht niet groter zijn dan veertig personen. “De muziek en dansles zal worden gegeven in een, van het voor het gewone cafébezoek bestemd lokaal, afgescheiden vertrek, hetwelk voor de politie steeds toegankelijk moet zijn”. Er mochten alleen cursisten deelnemen die zich hadden ingeschreven. De lijst met namen was bij de aanvraag voor de vergunning gevoegd en die lijst moest ook in de zaal opgehangen worden. Naam, woonplaats en leeftijd van de danslustige moesten daarop vermeld staan. “Wijzigingen in deze lijst worden slechts bij uitzondering (onderstreept) en op schriftelijk verzoek met aanbieding der lijst aangebracht. Door anderen aangebrachte wijzingen en aanvullingen der lijst maken haar geheel ongeldig”.

En daar werd strikt de hand aan gehouden. Gedoogbeleid stond toen beslist nog niet in het woordenboek. De burgemeester had medegedeeld “dat de politie hierop een streng toezicht zal houden en u er mede te rekenen hebt, dat bij niet nakomen van dezen regel vergunning tot dansen voor geruimen tijd zal worden onthouden”.

 

“Op zaterdag 2 December 1939 des namiddags om 9 uur bevonden wij Th.M. Bourgonje en Th.J. Bos, resp. chef-veldwachter en veldwachter te Losser, ons in de lokaliteit van J. Heideman, alwaar op dat oogenblik een danscursus werd gehouden. Bij binnenkomst aldaar trok het de aandacht van mij, eerste rapporteur, dat twee personen ijlings de danszaal verlieten. Bedoelde personen, onmiddellijk achtervolgd, werden door mij achter de woning van Heideman aangetroffen”. De caféhouder verklaarde niet te hebben geweten dat er personen aanwezig waren die geen lid waren. Maar “een zekere Renshof, wonende aan de Glane, verklaarde nog te hebben gezien, dat zijn 17 jarig dochtertje Grietje dansend op genoemden cursus was geweest. Bij onzen komst was zij niet meer aanwezig”. Deze vader was het blijkbaar niet eens met het toelatingsbeleid van de caféhouder. De burgemeester was aan de hand van deze politierapporten onverbiddelijk: “waarom ik mij genoodzaakt zie de verleende vergunning in te trekken, die ik u verzoek voor 8 dezer (december 1939) ter secretarie in te leveren”. Caféhouder Heideman kreeg vier dagen de tijd. De caféhouder doet daarna een poging om de danslessen met tien weken tot de zomermaanden uit te breiden, maar de burgemeester deelt kortweg mede, dat hij “geen gronden aanwezig acht”.

Ook bij openbare bals was het toezicht zeer streng. De veldwachters J. Schurink en Th.J. ten Bos maakten een rapport naar aanleiding van het Kerstbal op 26 december 1939 in de “verlofzaak van G.J. Schorfhaar gelegen te de Marke gemeente Losser”.  “Veldwachter ten Bos is voor de verlofzaak binnen gegaan en omreden het ons al eens was gebleken, dat bij binnenkomen van de politie personen door een achter- of zijdeur de danszaal verlieten, heb ik (Schurink) mij aan de zijdeur van die danszaal opgesteld. Toen ik daar eenige oogenblikken had gestaan, tot Bos kon binnen wezen, werd de zijdeur opengegooid en kwamen vier meisjes vanuit die danszaal naar buiten loopen en liepen in de richting van de privaten, blijkbaar met de bedoeling om zich aldaar te verstoppen. Deze vier meisjes zijn door mij (Schurink) staande gehouden en gaven mij desgevraagd op te zijn genaamd … Uit bovenstaande opgave blijkt dat deze vier meisjes den leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt”. De caféhouder is er op aangesproken, maar hij beweert dat hij en zijn kinderen bij het binnenkomen van het publiek streng gecontroleerd hebben en dat de vier meisjes door een zijdeur moeten zijn binnengekomen. Het wordt helemaal een rel als ook nog een zoon van een raadslid zich met de zaak gaat bemoeien. “Zijn vader heeft gezegd dat meisjes beneden den 18 jaar gerust in de danszalen aanwezig mochten zijn, mits onder toezicht of geleide en volgens zijn zeggen waren die vier meisjes onder toezicht. Volgens deze jongen was zijn vader met dergelijke bepalingen goed op de hoogte”. De dansvergunning wordt tot 1 juli 1940 ingetrokken. De heer Schorfhaar gaat in de verdediging. In eerste instantie geeft hij aan al het mogelijke te hebben gedaan. Hij heeft een biljet opgehangen met de mededeling dat personen jonger dan 18 jaar geen toegang hebben en bij twijfel heeft hij “hun onherroepelijk den toegang geweigerd”. Hij is dan ook van mening dat niet hij strafbaar is, maar de “personen die beneden den vastgestelden leeftijd aanwezig waren”. Hij hoopt dan ook dat de burgemeester tot inkeer zal komen “en dat het toch ook niet uw bedoeling kan zijn mijn zaak te gronde te richten”.  De burgemeester geeft geen krimp en noteert dat hij de zaak over enkele maanden nog eens zal bezien. Maar ook de caféhouder weet van geen wijken en wijst nogmaals op de gevolgen van deze maatregel. “Wanneer ik de volgende maand geen Bal kan houden ben ik onherroepelijk de muziek kwijt want die zullen bij een andere caféhouder gaan spelen en het gevolg is dat die tevens het publiek van mij meenemen. Alles bijeen genomen beteekent dit een aanmerkelijk financieel verlies en de kans dat mijn zaak voor openbaar bal totaal verloopt. De burgemeester kan de argumentatie echter geenszins delen, men is voldoende gewaarschuwd. “Ik kan slechts overwegen wat ik u ook heb toegezegd, den termijn te bekorten”.

Hoe het verder met het bal bij Schorfhaar is afgelopen wordt uit de stukken niet meer duidelijk. Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers binnen en als in juni/juli weer aanvragen voor dansavonden binnenkomen, weigert de burgemeester. Het vaderland is in rouw gedompeld als gevolg van de Duitse inval, soldaten zijn gesneuveld of worden nog vermist en hij vindt het dan niet passend om balvergunningen af te geven.

Duidelijk is wel dat burgemeester Van Helvoort het “dansprobleem”, waarbij blijkbaar ook regelmatig vechtpartijen voorkwamen, goed in de hand had. Hij kan zijn collega uit Tubbergen dan ook berichten dat hij “uitsluitend vergunning verleent op den laatsten Zondag der maand”. Het aantal vergunningen kan op zo’n zondag oplopen tot een twintigtal. “Doordat alle zaken tegelijk laten dansen wordt de trek tusschen de verschillende buurtschappen opgeheven en is de bron van vechtpartijen, die vroeger herhaaldelijk voorkwamen, weggenomen. Valt den laatste Zondag der maand in vastentijd, dan wordt een anderen Zondag aangewezen, doch steeds voor allen dezelfde”.

Verder werd er op zondag geen gelegenheid tot dansen gegeven. “Elke vereeniging krijgt eenmaal per jaar op haar jaarfeest gelegenheid tot dansen, maar niet op Zondag. Ook dansclubs krijgen eenmaal voor het zgn. slotbal deze gelegenheid”.

Hij besluit zijn schrijven aan de burgemeester van Tubbergen : “Bij hooge uitzondering en zeer tegen mijn zin heb ik den laatsten tijd voor een besloten club wel eens van den regel afgeweken om op een Zondag toestemming tot dansen te verleenen, omdat men aantoonde, dat veel leden in nachtploegen werkten en anders niet konden komen. In dit geval eischte ik publicatie, dat het café voor het publiek gesloten zou zijn”.

En met dit alles kon de geachte collega in Tubbergen zijn voordeel doen.

Dat er ook andere redenen waren om een dansvergunning niet te verlenen blijkt uit het nu volgende rapport.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van het bestuur der R.K. Werklieden vereeniging “St. Joseph”te Losser, om te beginnen op Zaterdag 7 October 1933, een dans cursus te mogen houden, heb ik, Th.M. Bourgonje, Chef gemeente veldwachter, de eer U Edel Achtbare beleefd te berichten, dat de localiteit zeer primitief voldoet aan de bepalingen van het dansbesluit, er is n.l. buiten op het erf, een toilet gelegenheid voor heeren geplaatst, waarin een privaat waarop geen deksel is, en welk privaat er op het oogenblik bij controle erg onzindelijk uitzag. Aangedroogde facalien zaten op den bril.

De danslesssen staan onder leiding van Julius Bos, wonende M.475.

Losser, 5 October 1933

De Chef-veldwachter Th.M. Bourgonje

Bron: Gemeentearchief Losser.

Dit artikel was eerder gepubliceerd in Oet Dorp en Marke 2004-3

Reacties